ECLI:NL:RBDHA:2023:21685
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij beroep tegen niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaak
Verzoekster is op 24 juli 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 10 augustus 2023 een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat wordt opgevat als geen bezwaar tegen betaling. Gezien het feit dat verweerder pas na het instellen van het beroep heeft beslist, heeft verzoekster recht op vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op € 209,25, waarbij rekening is gehouden met de lichte aard van de zaak en het beperkte belang. Daarnaast moet verweerder ook het griffierecht aan verzoekster vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.A.M. Delger op 21 september 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 209,25 aan proceskosten en het griffierecht aan verzoekster.