ECLI:NL:RBDHA:2023:21687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij beroep tegen niet tijdig beslissen in vreemdelingenrecht
Verzoekster is in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog een beslissing genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank overweegt dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek om proceskostenvergoeding, wat impliceert dat hij geen bezwaar maakt tegen betaling. Gezien het feit dat verweerder pas na het instellen van het beroep een beslissing nam, wordt verzoekster een vergoeding toegekend.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op €209,25, waarbij rekening is gehouden met de lichte aard van de zaak en het beperkte belang. Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht, waardoor verweerder niet gehouden is tot vergoeding van het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.A.M. Delger en is openbaar gemaakt op 21 september 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €209,25 aan proceskosten aan verzoekster.