ECLI:NL:RBDHA:2023:2171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas en weigering uitstel bewijsstukken
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende jongeman, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor wraak van de broers van een man die een huwelijk wilde aangaan met zijn zus. Hij stelde dat hij in Algerije was neergestoken en in het ziekenhuis was opgenomen.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat het asielrelaas ongeloofwaardig werd geacht, mede omdat uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser sinds november 2020 in Europa verbleef, terwijl de incidenten zich volgens hem in die periode in Algerije zouden hebben voorgedaan. Eiser kreeg voldoende tijd om bewijsstukken te overleggen, maar deed dit onvoldoende.
De rechtbank volgde de staatssecretaris en oordeelde dat het beroep ongegrond is. Er was geen aanleiding om uitstel te verlenen voor het aanleveren van bewijsstukken, ook niet gezien de omstandigheden van eiser in detentie. Het beroep werd afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard vanwege een ongeloofwaardig asielrelaas en voldoende verstreken termijn voor bewijslevering.