ECLI:NL:RBDHA:2023:21720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij betwist dat de verlenging van de beslistermijn door het beleidsbesluit WBV 2022/22 en WBV 2023/3 rechtsgeldig is en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig is en heeft het onderzoek gesloten nadat partijen geen zitting hebben verzocht. De rechtbank overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht een ingebrekestelling moet worden gedaan voordat beroep kan worden ingesteld wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden rechtsgeldig is op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat de asielaanvraag van eiser is ingediend binnen het toepassingsgebied van de verlengde termijn, moet verweerder uiterlijk op 29 april 2024 beslissen.
De ingebrekestelling van eiser op 5 september 2023 is te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een dwangsom af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend binnen de verlengde beslistermijn.