ECLI:NL:RBDHA:2023:22088
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewet-uitkering wegens benadelingshandeling door verwijtbare ontslagname
Eiseres was sinds 2009 werkzaam als docent en meldde zich in mei 2016 ziek. Zij nam per juli 2016 deeltijd ontslag en kreeg in mei 2018 een WIA-uitkering toegekend. Zij vroeg met terugwerkende kracht een ZW-uitkering aan voor de periode augustus 2016 tot mei 2018, welke werd geweigerd door verweerder wegens benadelingshandeling.
De rechtbank oordeelt dat eiseres haar loon heeft prijsgegeven door ontslag te nemen terwijl zij al arbeidsongeschikt was, waardoor zij onnodig een beroep deed op de Ziektewet. De bedrijfsarts had geen dringend medisch advies gegeven om ontslag te nemen en er was geen bewijs dat eiseres ten tijde van ontslag niet in staat was de gevolgen te overzien.
De door eiseres overgelegde medische stukken tonen geen zodanige psychische terugval dat verwijtbaarheid ontbreekt. Ook is geen dringende reden voor maatwerk aanwezig. De rechtbank wijst de beroepen op eerdere jurisprudentie af omdat deze niet van toepassing zijn op de Ziektewet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen ZW-uitkering wegens verwijtbare ontslagname.