ECLI:NL:CRVB:2003:AN9725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over benadelingshandeling bij vechtpartij op werkvloer
Appellant was sinds 1997 in dienst bij Beton Son B.V. en werd op 20 december 1999 op staande voet ontslagen vanwege een vechtpartij met een collega. Hij meldde zich ziek vanwege de verwondingen en vroeg ziekengeld aan, dat door het UWV werd geweigerd op grond van een vermeende benadelingshandeling. De rechtbank wees het beroep van appellant af, stellende dat hij geen kans had op succes tegen het ontslag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant weliswaar betrokken was bij de vechtpartij en dat hij het risico liep arbeidsongeschikt te raken, maar dat het niet instellen van een rechtsvordering tegen het ontslag niet de grondslag kan zijn voor een benadelingshandeling. De Raad stelt dat de wetgever benadelingshandelingen vooral ziet als situaties waarin de werknemer zijn loonrecht opgeeft terwijl het arbeidsongeschiktheidsrisico al is ingetreden.
De Raad vernietigt het besluit van het UWV en het bestreden uitspraak en beveelt dat het UWV een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt appellant het betaalde recht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en een nieuw besluit wordt bevolen met vergoeding van het betaalde recht aan appellant.