Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2] ,geboren op [geboortedag 2] 2011, (gemachtigde: mr. D. van Elp),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Spanje niet langer geldt vanwege problemen in de opvang en asielprocedure daar, onderbouwd met een AIDA-rapport en Europese Commissie-inbreukprocedures.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje blijft gelden, zoals bevestigd in meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiseres slaagt er niet in aannemelijk te maken dat zij bij overdracht aan Spanje een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro.
Ook haar individuele omstandigheden, waaronder de vrees voor haar ex-man en medische klachten van haar en haar kinderen, bieden onvoldoende grond om de aanvraag aan zich te trekken. De medische dossiers tonen geen reëel risico op ernstige achteruitgang van de gezondheid en er is geen bewijs dat noodzakelijke medische zorg in Spanje ontbreekt.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M.M. Meijers op 22 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.