ECLI:NL:RBDHA:2023:2358
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies duurzaam verblijfsrecht EU-burger wegens onvoldoende verblijf in Nederland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder dat haar duurzame verblijfsrecht als burger van de Unie is geëindigd. De kernvraag was of eiseres in de periode van 19 mei 2016 tot 3 mei 2019 voor korte of langere periodes in Nederland verbleef, ondanks dat zij in die periode in Duitsland stond ingeschreven.
Eiseres overlegde diverse bewijsstukken, waaronder waterafrekeningen, bestellingen en getuigenverklaringen van familieleden. Verweerder stelde dat deze stukken onvoldoende bewijs leverden dat eiseres daadwerkelijk in Nederland verbleef. De rechtbank oordeelde dat de bewijswaarde van de verklaringen beperkt was en dat objectief verifieerbaar bewijs ontbrak. Hierdoor mocht verweerder aannemen dat het duurzame verblijfsrecht was verloren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens een eerder vastgesteld motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van voldoende en objectief bewijs bij het aantonen van duurzaam verblijf binnen Nederland voor het behoud van verblijfsrechten.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiseres haar duurzame verblijfsrecht heeft verloren wegens onvoldoende bewijs van verblijf in Nederland en vernietigt het bestreden besluit, met in stand blijvende rechtsgevolgen.