ECLI:NL:RBDHA:2023:2676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 december 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het besluit genomen en de aanvraag op 9 september 2022 ingewilligd. Hierdoor is het oorspronkelijke beroep tegen het niet-tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen.
Eiser handhaaft echter zijn beroep en verzoekt om het opleggen van een bestuurlijke en rechterlijke dwangsom. De rechtbank wijst dit af omdat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sinds 11 juli 2021 het opleggen van dergelijke dwangsommen in asielzaken uitsluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze uitsluiting deels onverbindend verklaard wegens strijd met het Unierecht, maar dit is niet van toepassing nu het besluit al is genomen.
De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang meer heeft bij het beroep en verklaart het niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van €418,50, aangezien het beroep kon worden ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 7 maart 2023.
Uitkomst: Beroep tegen niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en staatssecretaris veroordeeld in proceskosten.