ECLI:NL:RBDHA:2023:2784
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen onder Afsluitingsregeling
Eisers, allen van Armeense nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan onder de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Verweerder wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan voorwaarden b en c en de toepassing van contra-indicatie e. Eisers voerden aan dat bijzondere omstandigheden tot afwijking van het beleid noodzaakten en dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro onjuist was.
De rechtbank stelde vast dat eisers gedurende bepaalde periodes in Frankrijk en Oostenrijk verbleven en daardoor niet beschikbaar waren voor vertrek, wat de toepassing van de genoemde voorwaarden en contra-indicatie rechtvaardigt. De rechtbank voerde een indringende toets uit en concludeerde dat de medische omstandigheden, het sociale netwerk en het BIC-rapport geen zodanige bijzondere omstandigheden bevatten die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig was gemaakt, waarbij het belang van de staat bij een restrictief toelatingsbeleid zwaarder woog dan het privé- en familieleven van eisers, mede gelet op hun kennis van de onzekere verblijfsstatus en het feit dat zij na afwijzing van eerdere aanvragen in Nederland bleven. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning onder de Afsluitingsregeling is ongegrond verklaard.