ECLI:NL:RBDHA:2023:18017
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over kinderpardon en evenredigheidstoets bij weigering verblijfsvergunning
Eisers, bestaande uit twee minderjarige kinderen en hun moeder, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen, welke is afgewezen door de staatssecretaris. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze afwijzing en stelde vast dat eisers niet voldeden aan enkele voorwaarden en dat een contra-indicatie van toepassing was, welke zij niet betwistten.
De rechtbank onderzocht het beroep op het evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro. Zij oordeelde dat de staatssecretaris de evenredigheidstoets onjuist had beperkt tot persoonlijke omstandigheden die direct verband hielden met de voorwaarden en contra-indicaties, terwijl alle persoonlijke omstandigheden betrokken hadden moeten worden. Ook werd het deskundigenrapport over de mogelijke ontwikkelingsschade bij terugkeer onvoldoende meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en in strijd was met bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom gaf zij de staatssecretaris de gelegenheid om de gebreken te herstellen, met een termijn voor eisers om aanvullende informatie te verstrekken. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan en geeft de staatssecretaris gelegenheid het besluit te herstellen binnen gestelde termijnen.