Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag ingediend op 27 februari 2022. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden een besluit genomen en heeft geen gebruik gemaakt van verlengingsmogelijkheden. De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen niet-ontvankelijk is vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is, omdat eiser rechtsgeldig ingebreke is gesteld en de wettelijke termijn is verstreken zonder besluit. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, waarbij eiser eerst binnen acht weken na verzending wordt gehoord over zijn asielmotieven.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van €418,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en zonder verweerschrift van de staatssecretaris.