ECLI:NL:RBDHA:2023:3229
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken documentatie
Eiser, een Turkse onderdaan die sinds 2011 in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'arbeid als zelfstandige'. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het documentatievereiste, met name het ontbreken van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en een ondernemingsplan.
Eiser voerde in beroep aan dat hij al jaren in Nederland verbleef en een bestaande onderneming had overgenomen, waardoor het indienen van een ondernemingsplan niet noodzakelijk zou zijn. Tevens stelde hij dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing had geleverd en dat verweerder terecht de aanvraag afwees. De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat verweerder aannemelijk mocht maken dat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er al een uitspraak in het beroep was gedaan en de connexiteit was vervallen. De rechtbank benadrukte dat bij een nieuwe aanvraag de bijzondere omstandigheden van eiser wel meegenomen kunnen worden indien deze goed onderbouwd worden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning zelfstandige wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.