ECLI:NL:RVS:2013:521
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwing wezenlijk Nederlands belang
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 21 december 2010 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat bij besluit van 13 april 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de vreemdeling voldoende gelegenheid heeft geboden om aanvullende stukken, waaronder een volledig onderbouwd ondernemingsplan met marktanalyse en financieel plan, te overleggen. De vreemdeling heeft echter nagelaten deze stukken te overleggen, waardoor niet is aangetoond dat met zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang wordt gediend.
De Raad stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van de staatssecretaris onvoldoende is gemotiveerd. Het hoger beroep van de minister is gegrond, het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van het wezenlijk Nederlands belang.