ECLI:NL:RBDHA:2023:3312
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag op grond van interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 1 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser sinds 2 april 2021 internationale bescherming geniet in Bulgarije en een vluchtelingenpaspoort bezit. Dit leidt tot een sterkere band met Bulgarije dan met Nederland, waardoor het redelijk is dat eiser naar Bulgarije terugkeert.
Eiser betwistte dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt en verwees naar rapporten en eerdere uitspraken die volgens hem de situatie voor statushouders in Bulgarije als problematisch weergeven. De rechtbank oordeelde echter dat de omstandigheden in Bulgarije niet zodanig zijn dat statushouders structureel en op grote schaal risico lopen op schending van fundamentele rechten, zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerdere uitspraken.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden toegepast. Hij heeft zich ook onvoldoende ingespannen om zijn rechten als statushouder in Bulgarije te effectueren. Verder zijn de door eiser aangevoerde pushbacks en het risico op intrekking van zijn verblijfsstatus niet concreet onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter A. Nieuwenhuis en griffier A.P. Kuiters op 15 maart 2023 te Groningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.