ECLI:NL:RBDHA:2023:344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 19 oktober 2021. Verweerder heeft het verzoek van de rechtbank om een verweerschrift niet beantwoord. Op 27 juni 2022 is de asielaanvraag van eiser alsnog ingewilligd. Ondanks deze inwilliging handhaaft eiser het beroep voor zover het gaat om de vraag of verweerder bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen daarmee grotendeels komt te vervallen vanwege het ontbreken van een procesbelang. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit uit dat bestuurlijke dwangsommen kunnen worden opgelegd in asielzaken, hetgeen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd.
Daarom ontbreekt ook voor het deel van het beroep dat ziet op dwangsommen het procesbelang, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet-tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.