ECLI:NL:RBDHA:2023:3567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstandsuitkering ondanks commerciële huurprijs
Eiser maakte bezwaar tegen de toepassing van de kostendelersnorm bij de toekenning van zijn bijstandsuitkering, omdat hij bij zijn broer en diens vrouw woonde en meende dat hij een commerciële huurprijs betaalde. Het college had de bijstand toegekend met toepassing van de kostendelersnorm, omdat sprake was van bloed- en aanverwantschap en de huurprijs onder de norm lag.
De rechtbank oordeelde dat het feit dat eiser bij zijn broer woonde, de toepassing van de kostendelersnorm rechtvaardigt, ongeacht of de huurprijs commercieel was. Dit volgt uit artikel 19a, eerste lid, onder b, van de Participatiewet. Bovendien is volgens vaste jurisprudentie geen ruimte om rekening te houden met de reden van samenwoning, zoals het voorkomen van dakloosheid.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Hij kreeg geen gelijk, het college had de kostendelersnorm terecht toegepast, en eiser kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd mondeling gedaan op 13 maart 2023 door rechter C.J. Waterbolk.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en verklaart het beroep van eiser ongegrond.