ECLI:NL:CRVB:2025:398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij bijstand aan inwonende bloedverwant in tweede graad
Appellant vroeg bijstand aan en woonde bij zijn broer en diens echtgenote. Het college kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm, omdat sprake was van bloedverwantschap in de tweede graad en aanverwantschap in de tweede graad. Appellant betwistte dit en stelde dat hij een zakelijke relatie had met zijn broer en schoonzus en een commerciële huurprijs betaalde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het college. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat de kostendelersnorm ook geldt bij bloedverwantschap in de tweede graad, ongeacht een commerciële huurprijs, omdat de wet en wetsgeschiedenis aangeven dat een zakelijke relatie in die gevallen niet mogelijk is.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter W.A. Timmer op 4 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kostendelersnorm blijft van toepassing.