ECLI:NL:RBDHA:2023:3575
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker naar Italië wegens ontbreken zorgrelatie
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende op 5 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag, omdat hij illegaal via Italië de EU is binnengekomen. De staatssecretaris besloot daarom de aanvraag niet in behandeling te nemen en het verzoek tot overdracht aan Italië te doen.
Eiser voerde aan dat overdracht naar Italië een onevenredige hardheid oplevert, omdat hij de zorg draagt voor zijn minderjarige zwager die sinds 2016 bij hem woont. Hij overlegde diverse documenten en foto's ter onderbouwing van deze familieband en zorgrelatie. De staatssecretaris stelde dat de documenten onvoldoende bewijs boden van een zorgrelatie en dat de zwager geen gezinslid in de zin van de Dublinverordening is.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn die overdracht aan Italië uitsluiten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn zwager afhankelijk van hem is, mede omdat de schoonmoeder op hetzelfde adres woonde en zorg kon bieden. Ook de aanwezigheid van de zwager in hetzelfde AZC is onvoldoende om afhankelijkheid te veronderstellen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet is komen te vervallen ondanks een circulaire van de Italiaanse autoriteiten. De tijdelijke opschorting van overdracht leidt niet tot onrechtmatigheid van de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht van de asielzoeker naar Italië wordt ongegrond verklaard.