ECLI:NL:RBDHA:2023:1194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een rolstoelafhankelijke asielzoeker, diende op 27 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze niet in behandeling op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en voerde meerdere gronden aan, waaronder onduidelijkheid over de datum van overdracht, zijn medische situatie en de noodzaak van individuele garanties voor opvang en medische zorg in Italië.
De rechtbank oordeelde dat de datum van overdracht duidelijk was en dat een kennelijke verschrijving geen gebrek aan motivering oplevert. De medische stukken toonden niet aan dat overdracht ernstige gevolgen voor de gezondheid van eiser zou hebben, zodat geen advies van het Bureau Medische Advisering nodig was. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel rechtvaardigt dat Nederland erop mag vertrouwen dat Italië adequate zorg en opvang biedt, ook aan kwetsbare personen zoals eiser.
De rechtbank verwierp ook het argument dat de staatssecretaris het verzoek moest aanhouden vanwege een brief van de Italiaanse autoriteiten waarin tijdelijke stopzetting van overdrachten werd aangekondigd. De verantwoordelijkheid van Italië blijft bestaan en bij overschrijding van de overdrachtstermijn moet Nederland het verzoek zelf behandelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.