ECLI:NL:RBDHA:2023:3585
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 6 november 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden en een ingebrekestelling op 15 juli 2022, stelde eiser op 17 augustus 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft beslist en dat het beroep gegrond is. De rechtbank wijst op de toepasselijkheid van artikel 8:54 Awb Pro, waardoor uitspraak zonder zitting plaatsvindt, en bevestigt dat de wettelijke bepalingen omtrent ingebrekestelling en beslistermijnen zijn overtreden.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de aanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.