ECLI:NL:RBDHA:2023:3586
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 12 februari 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiser de staatssecretaris bij brief van 31 augustus 2022 in gebreke. Vervolgens stelde eiser op 16 september 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000 en bespreekt de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de toepassing van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen 16 weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag en legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen 16 weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.