ECLI:NL:RBDHA:2023:3588
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser heeft op 17 maart 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiser de staatssecretaris bij brief van 17 september 2022 in gebreke. Vervolgens werd op 24 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. De rechtbank verwijst naar de toepasselijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. Tevens wordt ingegaan op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de rechtmatigheid van het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de aanvraag. Voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 7.500,-. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.