ECLI:NL:RBDHA:2023:3589
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 13 juli 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden, stelde eiser de staatssecretaris op 30 september 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens werd op 24 oktober 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke beslistermijn is verstreken, de ingebrekestelling rechtsgeldig is en meer dan twee weken daarna zijn verstreken, waardoor het beroep kennelijk gegrond is. De rechtbank wijst op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die de bestuurlijke dwangsom uitsluit, maar bevestigt dat een rechterlijke dwangsom wel kan worden opgelegd.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag en legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 7.500,-. Tevens worden de proceskosten van eiser vastgesteld op € 418,50. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.