Eiseres diende op 25 augustus 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiseres de staatssecretaris in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard. De rechtbank wijst op de tijdelijke wet die het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken uitsluit, maar bevestigt dat rechterlijke dwangsommen wel mogelijk zijn.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen op de aanvraag en legt een dwangsom van €100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van €7.500,-. Tevens worden de proceskosten van eiseres toegewezen.