ECLI:NL:RBDHA:2023:3636
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag en oplegging dwangsom
Eiser heeft op 19 oktober 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiser de staatssecretaris op 24 oktober 2022 in gebreke. Vervolgens werd op 11 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Het beroep wordt gegrond verklaard op basis van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank verwijst naar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND en recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken bevestigen, maar de rechterlijke dwangsom als onverbindend bestempelen.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor iedere dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De proceskosten van eiser worden vastgesteld op €418,50 en worden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de staatssecretaris wordt opgedragen binnen 16 weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom tot maximaal €7.500 en veroordeling in proceskosten.