Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres 1], V-nummer: [v-nummer 1], eiseres 1
eiseres 2
Rechtbank Den Haag
Eiseressen, twee halfzussen met de Burundese nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) om bij hun vader in Nederland te verblijven. De vader woont in Nederland, maar de verzoeksters konden niet aantonen dat zij feitelijk tot zijn gezin behoren of dat er sprake is van een hecht gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat de vader al voor de geboorte van de meisjes naar Nederland was verhuisd, er geen bewijs was van langdurig samenwonen, en de vader de meisjes pas op latere leeftijd had ontmoet. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft getoetst op het bestaan van hechte persoonlijke banden en dat deze banden onvoldoende waren aangetoond.
Daarnaast maakte de staatssecretaris een belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro, waarbij het economisch belang van Nederland en het ontbreken van een objectieve belemmering voor gezinsleven buiten Nederland zwaar wogen. De rechtbank vond deze belangenafweging zorgvuldig en evenwichtig.
De beroepen van eiseressen tegen deze besluiten werden ongegrond verklaard. De rechtbank wees ook het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn af omdat niet was voldaan aan de voorwaarden daarvan.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de MVV-aanvragen zijn ongegrond verklaard wegens het ontbreken van hechte persoonlijke banden en een negatieve belangenafweging onder artikel 8 EVRM.