ECLI:NL:RBDHA:2023:3714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Eiser heeft op 12 juli 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Nederland heeft op 31 augustus 2022 een verzoek tot overname aan Frankrijk gedaan, dat op 31 oktober 2022 werd aanvaard. Eiser voerde aan dat het verzoek te laat was ingediend en dat er sprake is van medische en persoonlijke omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tot overname tijdig is ingediend binnen de drie maanden termijn die geldt bij een EU-Vis-treffer. De stelling van eiser dat er sprake is van een risico op ernstige gezondheidsachteruitgang bij overdracht aan Frankrijk wordt niet voldoende onderbouwd; het patiëntdossier toont geen psychiatrische problematiek of specialistische behandeling die overdracht zou verhinderen. Ook het beroep op artikel 16 van Pro de Dublinverordening wegens afhankelijkheid van zijn broer wordt verworpen, omdat geen unieke zorgrelatie is aangetoond.
Verder is geen sprake van onevenredige hardheid als bedoeld in artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelt dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen nakomt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens tijdige overnameverzoek en onvoldoende onderbouwing van medische en persoonlijke uitzonderingen.