ECLI:NL:RBDHA:2023:3814
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielaanvraag aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Nederland heeft een verzoek tot overname aan Frankrijk gedaan, dat is aanvaard.
Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet van toepassing is vanwege inhumane leefomstandigheden en tekortkomingen in de opvangvoorzieningen, zoals beschreven in het AIDA-rapport van april 2022. De rechtbank oordeelt echter dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld schetst dan eerdere rapporten waarop de Afdeling bestuursrechtspraak zich heeft gebaseerd en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel niet geldt.
Daarnaast stelt eiser dat het voor hem praktisch onmogelijk is om zijn geloof te belijden in Frankrijk, omdat hij tot de Ahmadi-gemeenschap behoort die daar slechts beperkt vertegenwoordigd is. De rechtbank vindt deze stelling onvoldoende onderbouwd om te concluderen dat overdracht een onevenredige hardheid oplevert.
Ten slotte voert eiser aan dat proceseconomische redenen maken dat Nederland zijn asielaanvraag inhoudelijk zou moeten behandelen. De rechtbank stelt dat verweerder dit standpunt voldoende heeft gemotiveerd en dat het aan de Franse autoriteiten is om te oordelen over de asielmotieven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de asielaanvraag niet in Nederland wordt behandeld en eiser aan Frankrijk wordt overgedragen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt aan Frankrijk overgedragen.