ECLI:NL:RBDHA:2023:3817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking Dublin-overdrachtsbesluit
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar dit werd geweigerd omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Na overschrijding van de overdrachtstermijn trok de Staatssecretaris het besluit in en nam eiser op in de nationale procedure. Eiser trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat vergoeding van proceskosten bij intrekking van een besluit alleen mogelijk is als sprake is van tegemoetkomen, dat wil zeggen erkenning dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. De intrekking vond hier plaats vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn, een veranderde omstandigheid door tijdsverloop, en niet wegens onrechtmatigheid.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigt dat intrekking op grond van nieuwe feiten of tijdsverloop geen tegemoetkomen inhoudt. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier R. de Boer, en is op 23 maart 2023 gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door de Staatssecretaris.