ECLI:NL:RBDHA:2023:3900
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag vanwege internationale bescherming in Duitsland
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 17 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser in Duitsland internationale bescherming heeft gekregen, wat door eiser werd betwist. Eiser stelde dat zijn tijdelijke verblijfsdocument in Duitsland niet betekent dat hij daar nog bescherming geniet en dat hij geen redelijke band met Duitsland heeft om terug te keren.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht mocht afgaan op de informatie van de Duitse autoriteiten, waaronder Eurodac-gegevens en schriftelijke bevestigingen dat eiser in 2018 subsidiaire bescherming in Duitsland heeft gekregen en daar bij terugkeer zal worden toegelaten. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondersteunt dit standpunt.
Verder oordeelde de rechtbank dat de band tussen eiser en Duitsland voldoende is om terugkeer redelijk te achten. De Duitse autoriteiten hebben de intentie om eiser te beschermen en hij kan zich tot hen wenden bij problemen. De vermeende foutieve naamregistratie doet hieraan niet af; dit kan eiser in Duitsland aankaarten.
De rechtbank wees ook het verzoek om ambtshalve toetsing van artikel 8 EVRM Pro af, omdat bij niet-ontvankelijkverklaring wegens bescherming in een andere lidstaat deze toetsing niet plaatsvindt. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.