Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit dragende persoon, was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was, maar dat sindsdien verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld om de uitzetting van eiser te realiseren. Hoewel vertrekgesprekken waren gevoerd en de Directie Internationale Aangelegenheden was bevraagd, ontbrak het aan rappelleren bij de Pakistaanse autoriteiten, wat essentieel is voor een spoedige uitzetting.
Gelet op de ernstige inbreuk op de vrijheid van eiser en de bewijslast die bij verweerder ligt, concludeerde de rechtbank dat het voortduren van de maatregel onrechtmatig was vanaf 17 januari 2023. De rechtbank beval de opheffing van de maatregel met ingang van de uitspraakdatum en kende een gematigde schadevergoeding toe van €1.800,- voor de periode vanaf het beroep tot opheffing, mede vanwege onvoldoende medewerking van eiser aan zijn terugkeer.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser ten bedrage van €837,-. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard en opgeheven met toekenning van een schadevergoeding van €1.800,-.