ECLI:NL:RBDHA:2023:4149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdrachtsbesluit op grond van artikel 26 Dublinverordening na intrekking asielaanvraag
Eiser heeft op 9 november 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Na instemming van de Spaanse autoriteiten op 2 februari 2023 werd eiser op 12 februari 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld. Op 15 februari 2023 trok eiser zijn asielaanvraag in, waarna verweerder hetzelfde dag het besluit nam tot overdracht aan Spanje op grond van artikel 26 van Pro de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat hij onrechtmatig in bewaring was gesteld en dat zijn gemachtigde onjuist was geïnformeerd over de intrekking van de asielaanvraag. De rechtbank verwierp deze stellingen, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin de bewaring als rechtmatig werd beoordeeld en benadrukte dat het overdrachtsbesluit tijdig aan de gemachtigde was medegedeeld.
Daarnaast voerde eiser aan dat hij vreest voor onmenselijke behandeling in Spanje en dat verweerder dit had moeten betrekken bij het besluit. De rechtbank volgde dit niet en verwees naar jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak die bepaalt dat bij intrekking van de asielaanvraag geen toetsing aan artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro hoeft plaats te vinden. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, en eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Spanje zijn verplichtingen niet nakomt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit op grond van artikel 26 Dublinverordening is ongegrond verklaard.