ECLI:NL:RBDHA:2023:4215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling na verlenging beslistermijn asielaanvraag
Eiseres diende op 22 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 23 april 2022. Verweerder had de aanvraag op 8 december 2022 ingewilligd. De rechtbank stelde vast dat het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk was komen te vervallen.
De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 23 oktober 2022 eindigen, maar met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd deze termijn met negen maanden verlengd tot 23 juli 2023. De rechtbank oordeelde dat deze verlenging rechtsgeldig was omdat verweerder aannemelijk had gemaakt dat voldaan was aan de voorwaarden van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
De ingebrekestelling van 26 oktober 2022 was daardoor prematuur en niet ontvankelijk. Het verzoek van eiseres om vergoeding van proceskosten werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en maakte dit openbaar via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling na rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.