ECLI:NL:RBDHA:2023:4275
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betoogde dat Italië zich schuldig maakt aan pushbacks en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarom niet toegepast mag worden. Ter onderbouwing verwees hij naar rapporten van AIDA en Amnesty International en stelde dat de toegang tot de asielprocedure in Italië nagenoeg onmogelijk is en de opvangvoorzieningen structureel tekortschieten.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat Italië niet aan zijn verplichtingen voldoet. De aangevoerde rapporten en omstandigheden bieden onvoldoende concrete aanwijzingen dat Italië Dublinclaimanten onterecht uitzet of dat eiser een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De brief van de Italiaanse autoriteiten waarin tijdelijke opschorting van overdrachten wordt gevraagd, leidt niet tot een ander oordeel, omdat dit een tijdelijk beletsel betreft en geen structurele tekortkomingen aantoont.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open voor het verzoek om voorlopige voorziening, maar wel voor het beroep bij de Raad van State binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.