Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 20 oktober 2021 een asielaanvraag in. Naar aanleiding van een Eurodac-signalering werd een verzoek gedaan om eiser terug te nemen naar Slovenië op grond van de Dublinverordening. Slovenië stemde binnen twee weken in, waarna de staatssecretaris de Dublin-claim op 17 mei 2022 introk vanwege praktische belemmeringen zoals COVID-19 en verhoogde instroom.
De beslistermijn voor de asielaanvraag bedraagt volgens de Vreemdelingenwet 2000 zes maanden, startend op het moment dat Nederland verantwoordelijk is voor de aanvraag, hier vastgesteld op 17 mei 2022. De termijn liep oorspronkelijk af op 17 november 2022, maar met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 is deze termijn generiek verlengd met negen maanden tot 17 augustus 2023.
De rechtbank oordeelde eerder dat deze verlenging rechtsgeldig is en dat de situatie waarop de verlenging is gebaseerd voldoende aannemelijk is. Omdat de beslistermijn nog niet was verstreken toen eiser een ingebrekestelling stuurde en beroep instelde, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelde verweerder niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens een geldige verlenging van de beslistermijn.