ECLI:NL:RBDHA:2023:4329

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2023
Publicatiedatum
30 maart 2023
Zaaknummer
NL23.845
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:75 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 4:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en beoordeling alsnog genomen besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 14 juni 2022. Verweerder heeft de aanvraag uiteindelijk op 18 januari 2023 ingewilligd. De rechtbank heeft eiseres vervolgens in de gelegenheid gesteld te reageren op dit besluit, maar zij heeft niet gereageerd.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat met de inwilliging van de aanvraag het procesbelang is komen te vervallen. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is eveneens ongegrond, aangezien verweerder heeft vastgesteld dat er geen bestuurlijke dwangsommen zijn verbeurd en de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen van toepassing is.

Verder is vastgesteld dat de beslistermijn rechtsgeldig is verlengd met negen maanden door de inwerkingtreding van WBV 2022/22, waardoor de ingebrekestelling te vroeg was ingediend. Gezien deze omstandigheden is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 18 januari 2023 ongegrond.

Uitkomst: Het beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 18 januari 2023 is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.845

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiseres

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 14 juni 2022.
Bij besluit van 18 januari 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres ingewilligd.
De rechtbank heeft bij brief van 20 januari 2023 eiseres in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken kenbaar te maken of zij het eens is met het besluit van 18 januari 2023.
Eiseres heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag van eiseres, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb geen procesbelang meer heeft. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk.
2. De rechtbank constateert dat het alsnog genomen besluit niet geheel aan het beroep van eiseres tegemoet komt, omdat eiseres de rechtbank heeft verzocht om de hoogte van de verbeurde bestuurlijke dwangsom vast te stellen en verweerder in het besluit van 18 januari 2023 heeft geconcludeerd dat er geen dwangsommen zijn verbeurd. Het beroep heeft daarom, op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb, mede betrekking op het alsnog genomen besluit van 18 januari 2023.
3. De Tijdelijke wet [1] sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Het gevolg hiervan is dat verweerder aan eiser geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren. Dit leidt daarom niet tot een geslaagd beroep. Nu eiseres overigens geen gronden heeft ingediend tegen het besluit van 18 januari 2023 is het beroep tegen dit besluit kennelijk ongegrond.
4. Vervolgens moet worden bezien of in de omstandigheden van het geval, en in het bijzonder de reden voor het vervallen van het belang bij het beroep, grond is gelegen over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Een dergelijke grond kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het desbetreffende bestuursorgaan aan de betrokkene is tegemoetgekomen. Indien zich een dergelijke grond voordoet, is krachtens artikel 8:75 van Pro de Awb een proceskostenveroordeling mogelijk.
5. Eiseres heeft haar aanvraag op 14 juni 2022 ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van eiseres eindigen op 14 december 2022. Verweerder heeft echter met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 14 september 2023 zal eindigen. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraken van 21 maart 2023 geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van WBV 2022/22 sprake is van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. [2] De verlenging is daarom rechtsgeldig. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 16 december 2022 te vroeg is ingediend. Gelet op die omstandigheid bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:
-verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag, niet-ontvankelijk;
-verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van 18 januari 2023, ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.