Eiser heeft op 7 september 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden en een ingebrekestelling op 18 oktober 2022, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden en verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist. De rechtbank wijst op de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken uitsluit, maar bevestigt dat rechterlijke dwangsommen wel mogelijk zijn.
De rechtbank draagt verweerder op binnen zestien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag en legt een dwangsom van €100,- per dag op bij overschrijding, met een maximum van €7.500,-. Tevens worden de proceskosten van eiser toegewezen.