ECLI:NL:RBDHA:2023:4701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening wegens motiveringsgebrek
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte zijn meerderjarigheid en stelde dat hij minderjarig is, onderbouwd met een doopakte en een verklaring van de Eritrese ambassade.
De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek omdat de staatssecretaris niet adequaat had gemotiveerd waarom de verklaring van de ambassade niet als bewijs voor minderjarigheid kon gelden. Desalniettemin oordeelde de rechtbank dat de geboortedatum geregistreerd in Italië, die meerderjarigheid aantoont, mag worden aangenomen omdat eiser dit niet overtuigend heeft weerlegd.
Verder onderzocht de rechtbank het interstatelijk vertrouwensbeginsel en concludeerde dat ondanks de aangevoerde problemen in Italië, zoals pushbacks en opvangtekorten, deze niet de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken om de verantwoordelijkheid van Italië te betwisten. Ook het feit dat eiser een zus in Nederland heeft, was onvoldoende om de aanvraag aan Nederland toe te wijzen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werden de proceskosten aan de staatssecretaris opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, met handhaving van de rechtsgevolgen.