Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit, is op 30 januari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank toetste of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 8 februari 2023 de maatregel nog rechtmatig is. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting naar Suriname, onder meer vanwege beperkte vertrekgesprekken en trage verwerking van laissez-passer aanvragen. Tevens betwistte hij het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris op 2 maart 2023 een vertrekgesprek voerde en op 24 februari en 15 maart schriftelijk rappelleerde bij de Surinaamse autoriteiten. Eiser ondernam zelf geen stappen om zijn vertrek te bespoedigen en wist niet waar zijn paspoort was. De rechtbank oordeelde dat er voldoende zicht op uitzetting is, mede gelet op eerdere uitspraken en bevestiging door de Afdeling bestuursrechtspraak.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.