ECLI:NL:RBDHA:2023:5008
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag en bestuurlijke dwangsom afgewezen
Eiser diende op 12 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden stelde eiser de staatssecretaris op 10 juni 2022 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 2 juli 2022 werd beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder nam op 24 augustus 2022 alsnog een besluit en wees de aanvraag toe. Eiser handhaafde het beroep echter met het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en vergoeding van proceskosten. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat het besluit inmiddels is genomen binnen de wettelijke kaders.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat de staatssecretaris geen bestuurlijke dwangsom verbeurt indien hij binnen twee weken na ingebrekestelling alsnog een besluit neemt. Het beroep tegen het besluit van 24 augustus 2022 is ongegrond. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit ongegrond verklaard, met veroordeling tot proceskosten.