ECLI:NL:RBDHA:2023:5015
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag en bestuurlijke dwangsom afgewezen
Eiser heeft op 15 december 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De staatssecretaris nam op 9 december 2022 alsnog een besluit tot toekenning van de verblijfsvergunning. Eiser handhaafde het beroep met het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom en vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat het bestuursorgaan inmiddels een besluit heeft genomen binnen de wettelijke termijn na ingebrekestelling. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de staatssecretaris geen bestuurlijke dwangsom verbeurt indien binnen twee weken na ingebrekestelling alsnog wordt beslist.
Het beroep tegen het inhoudelijke besluit van 9 december 2022 wordt ongegrond verklaard omdat eiser zich niet kan verenigen met het ontbreken van een bestuurlijke dwangsom, maar de rechtbank stelt vast dat deze niet verschuldigd is. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €418,50.
Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, beroep tegen besluit ongegrond, proceskosten toegewezen.