ECLI:NL:RBDHA:2023:5211
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens onvoldoende bewijs gokuitgaven
Verzoeker heeft een aanvraag voor bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen vanwege onvoldoende bewijs over de besteding van contant opgenomen bedragen uit de verkoop van zijn woning. Verzoeker stelde dat hij het geld grotendeels had vergokt en leefde van de opbrengsten, maar kon dit niet met objectieve bewijzen onderbouwen.
De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang vanwege de financiële noodsituatie van verzoeker, waaronder een huurachterstand en dreigend verlies van woonruimte. Tijdens de zitting werd het onderzoek geschorst om verzoeker de gelegenheid te geven aanvullende stukken te overleggen, waaronder verklaringen van casino-beveiligers.
Deze verklaringen werden echter onvoldoende bevonden vanwege hun summiere aard en het ontbreken van objectieve bewijs van authenticiteit. De voorzieningenrechter concludeerde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder verdere bewijsstukken en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker werd aangespoord om tijdens de bezwaarprocedure meer bewijs te leveren.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van besteding van contant opgenomen gelden.