ECLI:NL:RBDHA:2023:5306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling COa in proceskosten na weigering opvang asielzoeker
Verzoeker, een asielzoeker van Russische nationaliteit, werd op 3 oktober 2022 geweigerd bij het aanmeldcentrum Ter Apel vanwege overbezetting en voorrang voor vrouwen met kinderen. Na het indienen van een beroep en verzoek om voorlopige voorziening op 6 oktober 2022, werd verzoeker op 7 oktober 2022 alsnog toegelaten tot opvang. Verzoeker trok daarop het beroep en de voorlopige voorziening in, met het verzoek om vergoeding van proceskosten.
Het COa stelde dat er geen sprake was van een besluit of een gelijkgestelde feitelijke handeling en dat het verzoek om proceskostenvergoeding moest worden afgewezen. De rechtbank oordeelde echter dat de weigering opvang te verlenen een feitelijke handeling is die met een besluit gelijkgesteld wordt, omdat geen andere adequate bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. Verzoeker had wel bezwaar moeten maken, maar dat was niet gebeurd.
De rechtbank stelde vast dat het COa aan verzoeker is tegemoetgekomen door hem alsnog opvang te verlenen en veroordeelde het COa tot betaling van € 837,00 aan proceskosten. Wegingsfactor 2 werd niet toegepast omdat de zaak niet uitzonderlijk ingewikkeld of zwaar was, ondanks de moeilijke omstandigheden van verzoeker.
Uitkomst: Het COa wordt veroordeeld tot betaling van € 837,00 aan proceskosten aan verzoeker.