ECLI:NL:RBDHA:2023:5384
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de uitzetting naar Marokko niet voortvarend werd voorbereid, onder meer omdat zijn werkelijke naam niet was doorgegeven aan de Marokkaanse autoriteiten, waardoor geen zicht was op een uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin de maatregel tot 21 februari 2023 als rechtmatig was beoordeeld. De rechtbank toetste nu alleen de periode daarna. Uit het dossier bleek dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de gebruikte naam onjuist was en dat zijn dactyloscopische gegevens beschikbaar waren voor de autoriteiten. Tevens bleek uit het vertrekgesprek dat eiser zelf geen inspanningen leverde om het vertrektraject te bespoedigen.
De voortgangsrapportage toonde aan dat eiser wordt ingepland voor een presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten zodra de consul een datum accordeert. De rechtbank zag daarom geen reden om te oordelen dat er onvoldoende voortvarendheid was of dat het zicht op uitzetting ontbrak. Ook was er geen aanleiding om de maatregel onrechtmatig te achten in de getoetste periode.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.