Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 5 oktober 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring duurt voort en de staatssecretaris heeft de rechtbank hiervan op de hoogte gesteld, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser tegen deze voortzetting.
Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting, onder meer omdat zijn werkelijke naam niet aan de Marokkaanse autoriteiten is doorgegeven en er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel sinds 30 november 2022.
Uit de stukken en voortgangsrapportages blijkt dat meerdere vertrekgesprekken hebben plaatsgevonden en dat een aanvraag voor een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten is ingediend. Eiser heeft niet concreet aangetoond dat zijn naam onjuist is doorgegeven of dat de aanvraag onvolledig is. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat er zicht is op uitzetting.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.