Uitspraak
RECHTBANK
BRYDER B.V.,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met ongenummerde producties;
Rechtbank Den Haag
De werknemer trad op 22 maart 2021 in dienst bij Bryder B.V. op basis van een tijdelijk nulurencontract met een bruto uurloon van € 11,67 exclusief 8% vakantietoeslag. De arbeidsovereenkomst werd later verlengd. De werknemer stelde dat hij recht had op betaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren en de daarbij behorende vakantietoeslag.
Bryder verweerde zich met het standpunt dat in het all-in loon de vergoeding voor vakantie-uren was inbegrepen en dat hierover voldoende duidelijkheid was verstrekt. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst en de schriftelijke toelichting onvoldoende transparantie boden over de wijze waarop de loonwaarde van vakantie-uren in het loon was verwerkt.
Op grond van artikel 7:639 en Pro 7:640 BW en het arrest Robinson-Steel van het Europese Hof is vereist dat een all-in loon helder en begrijpelijk is geformuleerd. Dit was hier niet het geval. Daarom had de werknemer recht op betaling van de niet-genoten vakantie-uren en vakantietoeslag, vermeerderd met wettelijke rente en een redelijke wettelijke verhoging van 10%. Bryder werd veroordeeld tot betaling binnen 14 dagen na aanzegging, alsmede tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Bryder wordt veroordeeld tot betaling van loonwaarde van niet-genoten vakantie-uren met vakantietoeslag en wettelijke verhoging.