ECLI:NL:RBDHA:2023:5520
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beschikking eigen bijdrage in kosten asielopvang
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder waarin een eigen bijdrage van €2.195,60 is vastgesteld voor de kosten van haar asielopvang. Dit besluit is genomen nadat eiseres een dwangsomvergoeding van €15.000,- had ontvangen wegens het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag, welke vergoeding als eigen vermogen werd beschouwd.
Eiseres voerde aan dat de dwangsom een immateriële schadevergoeding is en niet mee mag tellen in de vermogensberekening, dat de Regeling eigen bijdrage asielzoekers (Reba) onverbindend is, dat verweerder ten onrechte aansluiting zocht bij de normering van de Participatiewet, dat de eigen bijdrage gematigd had moeten worden vanwege schulden, en dat het betalen van de eigen bijdrage onredelijk is gezien de lange verblijfsduur in de opvang.
De rechtbank oordeelde dat de dwangsom geen immateriële schadevergoeding is maar een prikkel tot tijdig beslissen, dat de Reba een geldige wettelijke grondslag heeft, en dat het vestzak-broekzak-argument niet slaagt. Ook is de aansluiting bij de Participatiewet toegestaan. De gestelde schulden waren onvoldoende onderbouwd en konden daarom niet tot matiging leiden. Ten slotte was het opleggen van de eigen bijdrage niet onredelijk of onevenredig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de eigen bijdrage van €2.195,60.