ECLI:NL:RBDHA:2023:5523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening afgewezen
Eiser diende een asielaanvraag in en werd door Nederland doorverwezen naar Frankrijk op basis van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het terugnameverzoek niet tijdig was ingediend omdat hij zich eerder had gemeld bij het aanmeldcentrum en de formele indiening pas later plaatsvond. De rechtbank oordeelde dat de datum van de asielaanvraag moet worden gesteld op het moment van de eerste melding, conform de Procedurerichtlijn en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU.
Hoewel verweerder de termijnen voor registratie en formele indiening niet binnen de gestelde termijnen had gehanteerd, was er geen sprake van een ongerechtvaardigde vertraging die de werking van de Dublinverordening zou frustreren. Het terugnameverzoek was tijdig ingediend op basis van de formele indieningsdatum en Eurodac-gegevens.
Eiser voerde ook aan dat hem een bedenktijd in het kader van mensenhandel toekomt, waardoor geen overdracht mocht plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat in deze procedure over de verantwoordelijke lidstaat niet kan worden geoordeeld over de bedenktijd, die in een aparte procedure kan worden aangevochten. Verweerder heeft toegezegd geen overdracht te effectueren zolang de bedenktijd geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.