Uitspraak
Internationale kinderontvoering
Beschikking in het kader van het op 24 februari 2023 ingekomen verzoek van:
[verzoeker] ,
[verweerster] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- het verslag van de bijzondere curator, ingekomen op de griffie op 31 maart 2023;
- het F9-formulier van 31 maart 2023 van de zijde van de vader, met bijlagen.
Verzoek en verweer
- te bevelen dat de na te melden minderjarigen onmiddellijk, doch vóór 1 maart 2023 zullen dienen terug te keren naar hun gewone verblijfplaats in België, althans dat de terugkeer zal plaatsvinden op een datum en wijze als de rechtbank in goede justitie juist acht, waarbij de moeder de minderjarigen primair dient af te geven aan de vader, dan wel subsidiair op de te bepalen datum terug dient te brengen naar België, meer specifiek [woonplaats 1] , althans de plek waar hun gewone verblijfplaats is gelegen, dan wel indien de moeder dit nalaat, te bevelen dat de moeder de minderjarigen op eerste verzoek dient af te geven aan de vader met een geldig reisdocument, zodat de vader de minderjarigen alsnog zelfstandig kan teruggeleiden naar België;
- voor zover de vader de teruggeleiding ten aanzien van [minderjarige 2] niet kan verzoeken op grond van het HKOV’80 en de Vo. Brussel II ter, verzoekt de vader om een bevel tot terugverhuizing van de minderjarige en zo nodig de moeder naar België op grond van zijn omgangsrecht en het beginsel van family life als omschreven in artikel 8 EVRM Pro;
- te bepalen, voor zover rechtens vereist nu dit reeds voortvloeit uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Uitvoeringswet, dat de minderjarige(n) zo nodig met behulp van de sterke arm der wet, althans met medewerking van het Openbaar Ministerie zullen worden teruggeleid;
- te bepalen dat de moeder de kosten van teruggeleiding, voor zover de vader die noodgedwongen zal moeten maken, aan hem dient te vergoeden;